De volgende boeken in de categorie
christelijk – fictie
zijn gerecenseerd:
In achtendertig nachten worden we door Janne IJmker meegenomen terug in de tijd, naar de 18de eeuw. De eerste scene in het boek beschrijft hoe een man crepeert van de pijn, doordat hij iets verkeerds heeft gegeten. Tevergeefs verwacht hij hulp van zijn vrouw. Daarna volgt een verhoor over verdachte omstandigheden waarin hij is gestorven en de toon is gezet: Elsjen Roelofs heeft haar man vermoord en komt in de gevangenis.
De tweelingzusjes Caroline en Christa verliezen al jong hun moeder. Met de tweede vrouw van hun vader kunnen ze niet overweg en dat laten ze duidelijk merken. Hun broer met Downsyndroom wordt ondergebracht bij een tante, waar ze zelf ook graag komen. Ze vormen samen een onafscheidelijke tweeling, tot aan de volwassen leeftijd slapen ze zelfs bij elkaar, ook als ze gaan studeren.
Als hun dorp in een ontwikkelingsland in Afrika door rebellen wordt overvallen en hun moeder voor hun ogen wordt doodgeschoten, worden Alice en Josephine met andere tieners meegenomen en in het ruim van een schip gedumpt. Als het schip vergaat, komen veel kinderen om waaronder Alice. Met Charlie en een paar andere jongeren uit het dorp, trekt Josephine de wildernis in, terug naar het dorp.
Aan het begin van de twintigste eeuw was er eens een lieve, onbetekenende jonge domineesdochter, Alice Ripley genaamd. Zo zou dit boek kunnen beginnen als een soort sprookje. De titel vooronderstelt ook dat het over een sprookje gaat, maar Alice ontdekt in dit boek hoe het echte leven in elkaar kan zitten, met intriges, moord, ellende, honger, onderdrukking, gevaar. Deze jonge en naïeve vrouw komt haast van de een op de andere dag in een ongewenst levensavontuur terecht dat haar hele toekomstverwachting op zijn kop zet.
Dominee Lammert Aslander is door zijn kerkenraad in de Stille Week op vakantie gestuurd. Hij vertrekt naar Ameland, maar de reis duurt langer dan verwacht omdat de veerboot vastloopt op het wad. Lammert zit met vijf mensen aan tafel. Een vrouw die hem sterk doet denken aan een roofvogel, Thera genaamd. De Turkse Bülent, de Slavische Mila en psychiater Egge.
Marnix van Ditselaer runt een goedlopende graanhandel. Zijn arrogante, egoistische zoon Egbert is zijn assistent en zal later de touwtjes in handen nemen. Zoon Coenraad maakt naam als kunstschilder, Rogier werkt zich via knecht in een houtzaagmolen op als scheepstimmerman op een werf die later door zijn vader gekocht wordt.
Onuitwisbaar, een roman met een prachtige cover, opent midden in een dramatische gebeurtenis. Trevor Mc Daniël, die de innerlijke drang voelt om mensen te helpen, redt de kleine Cody uit de klauwen van een poema. Door deze heldhaftige daad komt hij in contact Nathalie Reeve, een beeldhouwster, die de tante van de peuter is. Zij heeft een fotografisch geheugen en is in staat zich allerlei kleine en zeer specifieke details te herinneren.
Omdat zijn broer door de Taliban is vermoord, moet Parwish van zijn vader vluchten naar Europa. Parwish vindt het vreselijk om zijn familie achter te laten. Hij is verliefd op Sohela die ook gevlucht is. Zijn oom brengt hem naar Pakistan. Onderweg nemen ze andere vluchtelingen mee. Dan worden ze geconfronteerd met de Taliban en wordt Parwish gegijzeld.
Emma is voor haar afdeling op zoek naar een vervangster van een collega met zwangerschapsverlof. Angela komt hierdoor op kantoor te werken. Maar soms twijfelt Emma aan de juistheid van haar beslissing, want Angela is beslist een aparte vogel. Ze heeft een nierziekte en wel een heel vreemd verleden, bovendien kan ze niet goed met mensen omgaan, de relaties met collega's gaan heel stroef.
Na haar scheiding wil Ingrid een nieuwe start maken. Ze huurt een huisje op het erf bij een boer in Groningen. Maar met huisbaas Max botert het niet zo; wel met zijn knappe, charmante neef René, journalist in oorlogsgebieden. Hij brengt zijn verlofperiodes door bij Max. Als hij en Ingrid elkaar beter leren kennen, stelt hij voor om samen op vakantie naar Parijs te gaan.









