In het eerste hoofdstuk van deze roman komen we direct de benarde situatie van Helena te weten. Het is 1859 en in Noord-Devon komt Helena een herberg binnen, gedreven door een mengeling van angst en hoop. Daar ontmoet ze haar huwelijkskandidaat Justin, die ze heeft leren kennen door een advertentie in de krant.
Al meteen word je het verhaal ingetrokken door de dingen die ze willen verzwijgen voor de ander en de boeiende interactie tussen hen beiden. De roman oogt modern doordat Helena alleen reist en de ongehoorde dingen die Justin al meteen in het allereerste gesprek tegen haar zegt.
De auteur probeert desondanks toch de sociale normen van de 19e eeuw in deze roman neer te zetten, waardoor de roman aan aantrekkelijkheid wint. Het verhaal is nergens saai en de vragen die de lezer beantwoord wil hebben, maken dat men verder leest. Ook het sociale onrecht dat Helena overkomt, wordt begrijpelijk neergezet.
De romantische verhaallijn loopt via geijkte paden, waardoor deze roman wel voorspelbaar is. Het geloof komt niet aan bod.
Het verhaal is meeslepend en gaat verder dan alleen een romantische vertelling, doordat het een inkijkje geeft in de sociale structuren in de 19e eeuw.
Het boek is het eerste deel van de serie: de broers van Devon.